Muziek is als een schip

Speciaal ontworpen voor de lading die vervoerd wordt. Hoe optimaler de afmetingen van het vaartuig zich tot elkaar verhouden, des te doelmatiger is het schip. Als de opbouw te hoog is t.o.v. de lengte, breedte en diepte, ligt omslaan op de loer. Als de afmetingen te kort en te breed uitvallen, is het niet meer dan een drijvende bak en vaart het van geen meter. Slechts met het voordeel dat het normaliter niet zinkt.

Net zo min als een lading een schip in beweging kan zetten, geldt dat ook voor muziek: hierin kan emotie geen vorm aansturen, daarentegen is een vorm wel in staat om emotie te vatten en in beweging te zetten. Hoe beter de vorm waarin de inhoud gegoten is, des te optimaler kan de emotie gaan stromen. Maar als in een compositie de vorm de inhoud afremt, stagneert die het uitingsproces.

Over het algemeen houd ik van het schrijven van korte werken, waarin het naar voren gebrachte duidelijk wordt neergezet. Vaak werk ik van achteren naar voren, zodat ik me bewust ben van de richting waarin het verhaal zich ontwikkelt.

Wat is de geur van de kleur? is een regelmatig opwellende vraag tijdens het schrijven. Met andere woorden: zit er een lucht aan de kleur van het onderwerp dat je wilt uitbeelden? En wat voor geur: aangenaam of juist niet? En is het te combineren met een bepaalde hoeveelheid humor?

Dat laatste in een ingrediënt dat veelal geënt is op de uitbeelding van gedragingen van mens en dier en tevens een manier om het verhaal luchtig te houden. In het lied ‘Op de dijk bij Hoogwatum’ uit de cyclus Buitendijks komt de reikhalzende attitude van ganzen uitvoerig aan bod, terwijl in het lied Buitendijks de dwaze fanfare die zich in het hoofd van de ik-figuur heeft genesteld, breed uitgemeten wordt.
Maar in het algemeen slaat de weegschaal door naar de serieuze kant, met als contragewicht wat lichtvoetiger momenten; dosering is hierbij doorslaggevend.